photography
Early Bumblebee or Early-nesting Bumblebee / Weidehommel (Bombus pratorum)
mrt 28
afbeelding van Koen Wellens

Hymenoptera

Hymenoptera

De vliesvleugligen zijn een grote orde van insecten die vertegenwoordigd wordt door enkele honderdduizenden verschillende soorten.

Ze danken hun naam aan de dunne en doorzichtige vleugels.

 

Hymenoptera betekent letterlijk vlies (hymen) vleugel (pteron, meervoud ptera) en slaat op de vliezige vleugels die niet deels verhard zijn zoals bij de kevers en de wantsen en geen schubben dragen zoals bij de vlinders.

Het grootste deel van de vliesvleugeligen heeft nog geen Nederlandstalige naam.

Wat betreft de aan de levenswijze aangepaste lichaamsdelen zijn de vliesvleugeligen een zeer diverse groep die vele en sterk gespecialiseerde soorten kent.

Het lichaam van een vliesvleugelige bestaat zoals alle insecten uit drie delen: kop, borststuk en achterlijf.

Zowel het borststuk als de kop zijn als bij alle insecten ook weer opgebouwd uit drie delen al is dit moeilijk te zien. Het achterlijf is duidelijk gesegmenteerd. Vrijwel alle vliesvleugeligen hebben vleugels, ook mieren hebben vleugels maar vaak alleen de mannetjes die slechts enkele weken per jaar te vinden zijn. Sommige vliesvleugeligen zijn sterk sexueel dimorf; het mannetje verschilt sterk van het vrouwtje, waarbij de vleugels soms zijn gereduceerd of geheel ontbreken.

De kop is relatief groot en goed te onderscheiden van de rest van het lichaam. De facetogen zijn vaak langwerpig en zijn meer aan de zijkanten geplaatst. In tegenstelling tot veel tweevleugeligen raken de ogen elkaar niet. Op de bovenzijde van de kop zijn drie ocelli aanwezig, zeer kleine oog-achtige structuren die veel minder gevoelig zijn dan de uit vele kleine lensjes opgebouwde facetogen.

Vliesvleugeligen kunnen geen rode kleuren waarnemen, maar wel het voor de mens onzichtbare UV licht.

De voelsprieten zijn relatief lang in vergelijking met veel andere insecten als vliegen en muggen, en zijn elleboog-achtig geknikt. De antennes bestaan altijd uit een scapus, een stijf, onbeweegbaar deel dat de basis vormt van de antenne, met aan het einde hiervan de pedicel, het kleine aanhechtingspunt van het flagellum. Dit laatste bestaat uit duidelijke segmenten, en bevat de zintuigencellen.

De vliesvleugeligen hebben altijd twee paar vleugels; de voorvleugels zijn altijd groter dan de achtervleugels. In vergelijking met andere insecten zoals libellen bestaan de vleugels uit relatief weinig vleugelcellen.

 

Vliesvleugeligen zijn een zeer vormenrijke groep met uiteenlopende levenswijzen.

Een van de meest kenmerkende eigenschappen van de Hymenoptera is de broedzorg (zorg voor het nageslacht). Vrijwel alle soorten leggen een voedselvoorraad aan voor de jongen of brengen deze groot in een kolonie. Sommige soorten leggen alleen een ei in een geschikt soort blad, andere soorten slepen een voedselvoorraad naar een afgeschermde cel en zetten hier de eitjes af. Kolonievormende soorten voeren de jongen en verdedigen ze tegen gevaar. Er zijn ook broedparasieten, zoals bepaalde hommels en bijen die zelf geen nest maken maar de eitjes afzetten bij de eitjes van een andere soort. Hierdoor hoeven ze geen voedsel voor de larve te verzamelen; deze eet eerst de eitjes van de 'gastheer' op en doet zich daarna tegoed aan de door de gastouders aangelegde voedselvoorraad.

 

Sluipwespen zetten de eitjes af in een nog levende prooi als voedsel voor de larven. De meeste soorten sluipwespen eten van plantensappen als nectar, de vrouwtjes echter hebben voor de ontwikkeling van de eitjes vaak extra proteïnen nodig. Daarom worden soms ook wel andere insecten opgegeten. Larven van veel kolonievormende soorten leven van verzamelde insecten.

Plantenwespen (onderorde Symphyta) leven als larve vaak enkel van plantaardig materiaal.

Solitaire soorten hebben geen nest en kennen geen koningin. Er vindt een paring plaats tussen een mannetje en een vrouwtje waarna de eitjes worden afgezet. Nadat de eitjes zijn ontwikkeld worden deze vaak in andere soorten organismen gelegd, meestal planten of insecten, maar ook in slakken, wormen, wespen, rupsen en spinnen.

 

De Hymenoptera kennen 2 onderordes:

- Apocrita:

​*Superfamilie Apoidea (o.a. bijen,Graafwespen en hommels)                                    *Superfamilie Bethiloidae (Goudwespachtigen)

*Superfamilie Ceraphronoidae                                                                           *Superfamilie Chalcidoidae (Bronswespen)

*Superfamilie Cynipoidae  (Galwespen)                                     *Superfamilie Evanioidae 

*Superfamilie Ichneumonoidae (Sluipwespen)                            *Superfamilie Pelecinoidae

*Superfamilie Proctotrupoidae                                                 *Superfamilie Sphecoidae

                                                                                                                                        *Superfamilie Vespoidae (oa Papierwespen, mieren)

- Symphyta:

*Superfamilie Cephoidae (Halmwespenachtigen)                                                                           *Superfamilie Megalodontoidae (primitieve zaagwespen)

*Superfamilie Siricoidae (Houtwespen)                                                                        *Superfamilie Tenthredinoidae (Zaagwespen)

afbeelding van Koen Wellens
About the Author:

Related Works


Leave a comment!

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.